Het is jammerlijk als ik geen
toilet kan vinden, wanneer de nood hoog is. Schaarste aan toiletpapier of
hygiëne, daar kan ik me wel overheen zetten. Zeker wanneer de krampen in mijn
blaas stekend beginnen te voelen. Het gaat nog wel, houd ik mezelf voor. Ho,
nee. Wacht even, stop, nog niet. Rennend naar het dichtstbijzijnde bosje
vervloek ik mijn gebrek aan een penis. Staand en met een extra lange urinebuis zwiep
je de urine zonder pardon de wijde wereld in, vaak ook nog in een fiere straal.
Dat kan ik niet. Het lozen van urine is een sluimerende en natuurlijke
behoefte, altijd wel aanwezig op de achtergrond. Meer dan eens komt het naar
boven, de ene keer dringender dan de andere keer. Soms kan de drang genegeerd
worden, en wanneer je jezelf niet onderhoud en vergeet te drinken, wordt het
aantal toiletbezoeken tot een minimum beperkt. In combinatie met wat verdovende
middelen kan de urgentie juist versterkt worden, zo zonder remmingen en
behoefte om principes te uiten. Wanneer de remmingen van aangeleerde sociale
conventies volledig over boord gegooid worden, is de urgentie het grootst. Ik
visualiseer hoe de steeds donker wordende urine als een zware regenbui in mijn
onderbuik duwt. Ik haat iedere fontein op dit moment, ook iedere regendruppel,
en breek me de bek niet open over kranen. Rigoureuze keuzes. Het moet zo, en
niet anders. Naast die boom, over die tak heen, niet naast die andere tak. Zijn
vormen staan me niet aan. Of alleen die linker wc, links is namelijk altijd
beter. Invalidentoiletten hebben mijn grootste voorkeur. Plassen in een zaaltje,
met een lage spiegel. Dan kan ik naar mijn navel staren wanneer ik mijn handen
was. De ruimte biedt een onverwachts perspectief en de tijd om bewust alle
tegels in me op te nemen. De bewustwording van de verschillende materialen in
de ruimte, omdat ik in het zaaltje de tijd kan nemen. Hoe groot of klein de
ruimte ook is, je bent er zelf en je kunt je er letterlijk van de wereld
afsluiten. Je weet dat de wc je een hoop opluchting kan bieden, rust ook. Weten
dat er wc’s zijn waar je altijd naartoe kunt, zelfs als de nood niet hoog is,
maar je even wil verdwijnen. Altijd staan er wel een paar druppels klaar om
vrijgelaten te worden. En zo kan je alle chaos van de wereld even laten voor
wat dat is, zo in dat hokje.
En dan. Dan worden lichaam en
geest overspoeld door een euforische opluchting. De storm is uit mijn buik,
spieren krijgen eindelijk hun welverdiende rust en ook kronkelende gedachten
blijven weg. Nu ja, kronkelen doet het nog wel, maar op een gemoedelijke manier.
Wat een succes.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten