zaterdag 15 oktober 2016

Koffie, vensterbank




Natuurlijk kan er gesteld worden dat de plaats waar ik me het prettigste voel zich in mijn gedachten bevindt, maar aangezien dit van tijd tot tijd ook een ruimte van pure kwelling en ellende kan zijn, besluit ik dit weg te strepen. De keuze valt op een fysieke plaats; de vensterbank in de woonkamer. Gelegen in het hart van de Bijlmer, drie etages boven de grond.
Door mijn groeiende liefde voor fotosynthetische organismen is het een ware jungle geworden. Ik gun afgedankte planten een nieuw leven in mijn vensterbank, en wordt regelmatig verrast door nieuwe vruchten en nakomelingen. Daarnaast kan ik in alle rust het leven in de Bijlmer observeren. De volumineuze Surinaamse overbuurvrouw hangt weer uit het raam en schreeuwt naar haar zoontje dat hij de buren wakker maakt. Hij heeft me nog nooit wakker gemaakt, zij wel. Dat geeft niet, haar schelle stem brengt altijd een geruststellend gevoel met zich mee, maar misschien komt het doordat ik haar zoontje niet ben. Tegelijkertijd zie ik hoe haar echtgenoot aan de andere kant van het raam een stokbrood in het water naast het gebouw gooit. Eenden en meeuwen snellen eropaf, vechtend om het grootste, zompige stuk voedsel. De restanten zijn voor de meerkoetjes, die tevreden lijken te zijn met de situatie.
Direct onder mijn raam voeren Roma’s verhitte discussies met elkaar, terwijl hun kinderen met zoveel mogelijk lawaai een winkelwagentje de sloot in rijden. Ondanks de vele uren die ze er samen doorbrengen, blijken ze aan gespreksstof nooit een tekort te hebben. Ze zijn zelfs zo druk met elkaar, dat ze mij na vier jaar nog niet hebben gezien vanuit mijn woonkamer. Dat is maar goed ook.
Ik neem plaats op een grote stoel en leg mijn benen in de vensterbank, tussen de planten. De cactuscollectie heb ik preventief verplaatst, om meer stekelige incidenten te vermijden. Het is na vieren en de woonkamer is inmiddels zonovergoten. De planten duwen gretig hun bladeren tegen het glas, alsof ze bang zijn om een zonnestraal te missen. Ik pak een boek van een stapel die zich spontaan heeft gevormd, zo op de vensterbank. Het boek ligt opengeslagen in mijn schoot en de zon verwarmt mijn huid. Regelmatig telefoneer ik met mijn moeder, vanuit diezelfde stoel. Met mijn benen in de vensterbank kan ik mij in alle werelden wanen. Wanneer ik mijn rug naar het raam keer, kijk ik naar de klok. Wanneer ík daarvoor kies, kan ik zelfstandig tot het besluit komen weer uit de werelden te keren. Benen strekken, schoenen aan, klink naar beneden, sleutel omdraaien en weg ben ik. Dat is nu nog even niet nodig.

Om de paar minuten raast er een metro voorbij. Het geluid van het openbaar vervoer klinkt als golven in de branding. Dat deed het de eerste dag al, als op een strand. Het Tamarste strand wat er is; gelegen in Bijlmer centrum, drie etages hoog.  



---------------------------------------------
Opdracht was: creëer een beeld naast deze tekst. Tekst beschrijft een plek waar je je prettig voelt.
Goed, mijn grootste angst was om te vervallen in clichés en zoetsappigheid. Daarom strooide ik in eerste instantie potgrond op de vloer. Ik ben van mening dat beeld en taal los van elkaar interessant moeten zijn en beiden nieuwe informatie moeten kunnen verschaffen, of vragen kunnen oproepen. In dit geval is het wel de bedoeling dat de twee met elkaar communiceren. Nu koos ik voor koffie op een gasbolletje, omdat het wat knullig is (mijn huisje hangt van duct tape aan elkaar) maar ook het proces weergeeft van een warm, huiselijk ritueel. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten